“Alles is niets, niets is alles”

Bronvermelding titel: Sri Nisargadatta Maharaj

Herfst 2024

Het is 1972 of 1973. Ik ben een jaar of 7 of 8.

Ik zit bij ons thuis op de lichtbruine skai leren bank, tegenover mij staat een grootwandmeubel, zo’n begin jaren 70 joekel.

Boven op die kast staat een stenen beeld van Jezus. Hij kijkt naar me, zoals hij regelmatig doet.

Ondanks mijn Rooms Katholieke opvoeding, dito school en super gemotiveerd zingen op het altaar in het kerkkoor, wist ik heel weinig over hem.

Rechts van mij is een raam. Ik kijk beurtelings naar Jezus en naar buiten. Buiten ziet het er mistig, grauw en nietszeggend saai uit. Ik blijf kijken….. buiten, Jezus, buiten, Jezus, buiten, Jezus…

Ik vraag me het volgende af: Wat als die mistige wolken zich zouden uitbreiden, nooit zouden ophouden en dat er alleen maar wolken zouden bestaan.

Zag het er zo uit voordat God (volgens het scheppingsverhaal) onze wereld maakte? Dat er dus echt helemaal niets was?

Ik sluit mijn ogen.

Mijn fantasie creëert nog meer wolken, alleen maar wolken en nog meer wolken én ik ervaar een onbeschrijfelijk diep, kalm, vredig met niets te vergelijken gevoel. Het grote niets. En in dat grote niets, blijkt ALLES te zijn.

Nu, ruim 50 jaar later, begrijp ik wat ik daar als kind heel even voelde.

Ik was niet alleen het meisje op de bank. Niet mijn gedachten, niet mijn lichaam en niet mijn verhaal. Ik was ook de stille ruimte waarin alles verscheen.

Het grote niets. En in dat niets: alles.


Vandaag kies ik voor liefde,

Ingrid Theresia


Reacties

Geef een reactie